Na zes jaar komt James nog steeds graag buurten bij CRE8, ook nu zijn traject bij ons is afgelopen. ‘Toen ik begon, waren Rik en Aimée er. Zij waren heel lief, dat was echt geweldig. Door hen voelde ik me meteen thuis.’ Een veilige werkomgeving was wat hij op dat moment echt nodig had. ‘Eerdere werkgesprekken waren vaak heel hard, heel koud. Hier was het warm, heel welkom, alsof ik er al veel langer werkte.’ Dat was volgens James heel prettig.

Interne strijd

‘Met de James van een jaar of zes geleden ging het niet zo goed’, legt hij uit. Door coronamaatregelen stopte zijn stage voortijdig bij een labaratoriumafdeling waar ze verfkwaliteit controleerden. ‘Toen zeiden ze tegen school: we zien dat zijn kwaliteiten om in een laboratorium te werken goed genoeg zijn, dus geef hem maar een diploma. Alles werd op voldaan beoordeeld.’

Dat klonk goed, maar bleek niet heel handig voor James’ verdere loopbaan. ‘Ik kwam daardoor niet aan het werk na mijn afstuderen. Er werd vaak gekozen voor mensen die een volledige stage hebben gelopen en dus meer ervaring hadden. Dat was heel frustrerend.’ Omdat hij geen baan kon vinden, kwam James in de uitkering terecht en via de uitkering bij CRE8.

‘Het hielp om uitdagingen aan te gaan’, vertelt James over zijn start bij ons. ‘Ik ben best wel snel lekker gaan lasersnijden.’ Hij maakte stappen door vooral veel te doen in de werkplaats. ‘Ik leerde toen dat de abrupte, harde geluiden van de machines bijvoorbeeld helemaal niet zo eng zijn.’

Voordat hij tot die realisatie kwam, was hij bang om een machine stuk te maken en om CRE8 daarmee op kosten te jagen. ‘Als je het verkeerd instelt, kan het zomaar kapot gaan. Ik ben heel zuinig op andermans spullen. Het is niet van mij, dus dan ga je er netjes mee om.’

Zijn eerste twee jaar bij CRE8 waren fijn, maar soms ook een uitdaging. ‘Het ging ook niet altijd even goed. Ik had veel last van depressieve episodes en suïcidale gedachten. Ook versliep ik me heel vaak of kon ik mijn bed gewoon niet uitkomen. Dat was best wel lastig.’

Naar CRE8 komen werd daardoor een interne strijd voor James. ‘Ga ik de deur uit of blijf ik me in mijn eigen bubbeltje rot voelen?’ Hij koos voor het eerste en ging daarnaast ook naar therapie.

Het eerste vertrek

Het verdrietige verlies van James’ kat Azira en een baan die op zijn pad kwamen maakten een einde aan zijn eerste periode bij CRE8. ‘Dat is op een hele nare manier gegaan die me nog steeds diep raakt’, vertelt hij. ‘Door mijn omstandigheden en uitkering kwam ik vijf euro tekort voor dierenartskosten toen mijn kat hulp nodig had. Azira is toen in mijn armen gestorven.’

Naar de dierenarts van toen gaat hij niet meer. ‘Ik ga veel liever langer reizen. En het dierenasiel doet ook vaak vaccinaties en castraties voor lagere inkomens.’

De vijf euro die hij tekortkwam voor een behandeling voor zijn kat, was voor James directe aanleiding om uit te stromen bij CRE8. ‘Ik wilde gewoon werken, mijn eigen geld verdienen en niet meer afhankelijk zijn van een uitkering die niet genoeg was om voor mezelf en mijn huisdier te zorgen.’

James ging bij de bakker in zijn straat werken. ‘Daar werkte Ruben, die had al vaker geprobeerd om me binnen te slepen. Binnen een dag had ik een gesprek met de dame van personeelszaken om te kijken wanneer ik kon beginnen.’

‘Bij de bakker was het leuk, echt heel leuk. Ik heb daar wel geleerd hoe je een ochtendmens moet zijn. Dat was een flinke switch, want CRE8 begint om 10:00 uur en de bakkerij om 7:00 uur. En ik had nog steeds wel last van mijn eigen problematiek.’ Bij de bakker in de straat komt hij nog steeds weleens voor een praatje. ‘Het zijn daar hele lieve mensen.’

Opgebrand

Zijn tijd bij de bakker was leuk, tot het niet meer leuk was. James werkte niet alleen bij de bakker in de straat, maar ook in andere vestigingen. ‘In de bakkerij in de Jordaan werd het drukker en drukker en ik had amper de tijd om zelf even een broodje te eten of om naar het toilet te gaan.’ Hij gaf aan dat het te druk was, maar belandde desondanks in een burn-out. ‘Er kwam nog wel een collega bij, maar toen was het voor mij al te laat.’

James ging via het uitzendbureau dat hem betaalde voor het werk bij de bakker reïntegreren in Amsterdam Noord. ‘Dat was op een locatie waar ik me niet helemaal veilig en comfortabel voelde. Daar moest ik de hele dag stickeren, dat was voor mij geen reïntegratie.’ Ook miste hij regelmatig het pontje. ‘Dat vonden ze een heel groot probleem, ze noemden dat werkweigering. Toen werd ik wel echt kwaad, ik kreeg daar helemaal kortsluiting van.’

Na dat gesprek vertrok hij naar huis. ‘Toen heb ik het uitzendbureau gebeld en gezegd: ik stop ermee.’ Hij vindt het nog steeds zonde dat die werkervaring zo goed begon, maar slecht voor hem eindigde. ‘Het is heel jammer dat ik zo weg ben gegaan, want het was heel erg leuk. Maar die persoon die ik daar toen sprak, was wat mij betreft gewoon niet geschikt.’

Vervelende werkervaringen

Na de bakkerij werkte James bij een restaurant. ‘Daar botste ik een beetje met de eigenaresse, die meer van mij verwachte dan wat ik kon op basis van het inwerken. Ik trok dat gewoon niet. En de arbeidsomstandigheden waren ook niet echt goed. Toch heb ik dat een tijdje gedaan, tot ik weer een burn-out kreeg.’

Een baan als fietsbezorger en bij de Hema volgden. Daarna ging hij bij Blokker aan de slag. ‘Ik kwam binnen als verkoopmedewerker en heb heel lang als assistent-bedrijfsleider gewerkt. Maar ja, toen ging de Blokker failliet. Daardoor kwam ik weer in een uitkering.’ Hij hoopte op een herkansing toen de winkel een doorstart maakte, maar dat ging last minute niet door. ‘Tegelijkertijd dacht ik, misschien ben ik niet helemaal in de wieg gelegd voor detailhandel en horeca en wil ik weer gaan studeren.’ Daarom meldde zich aan voor de studie vliegtuigtechniek: ‘Ik dacht, ik zie wel of ik aangenomen word of niet’. 

Te hoge drempel

Werken voelde door zijn eerdere ervaringen, in combinatie met persoonlijke problematiek, even onmogelijk voor James. ‘Toen het op werk niet goed met me ging, merkte ik dat mensen het gesprek niet aan wilden gaan.’ Hij miste oprechte interesse en vragen. ‘Als iemand had gevraagd: wat is er aan de hand? Wat kunnen we voor je betekenen zodat je bij ons normaal kunt functioneren en in dienst kan blijven? Dan had ik daar waarschijnlijk nog steeds gewoon gewerkt.’

Hij werd huiverig. ‘Soms kiezen mensen ervoor om er niet bij stil te staan dat personeel soms wat nodig heeft. Dat is voor mensen met innerlijke problematiek en vervelende ervaringen heel lastig en maakt de hele werkervaring gewoon niet prettig.’

James kwam weer in de uitkering terecht. ‘Ik wilde ook niet meer werken omdat ik bang was dat het hele riedeltje zich weer voor zou doen. Die drempel komt daardoor steeds hoger te liggen en de lat wordt steeds hoger gelegd tot je er niet meer bij kan.’

Terug naar CRE8

Bij CRE8 was dat heel anders, vertelt James. ‘Ik vertelde over mijn problematiek en toen zeiden ze: ‘Wat kun je wél doen? Wat kunnen we voor jou doen zodat je wel kunt werken, maar niet te veel prikkels ervaart?’ Hij maakte ook nieuwe vrienden in zijn tijd bij ons. ‘ Ik dacht, ik ga doorstromen en hup, weer werken. Maar ik heb hier echt matties gemaakt, dat had ik niet verwacht.’

Ook over de begeleiders bij CRE8 is hij nog steeds enthousiast. ‘No nonsens, we houden ervan om lekker eerlijk tegen elkaar te zijn en duidelijk te zijn over wat je fijn en onprettig vindt. Dat wordt dan gewoon goed opgepakt.’ Die aanpak motiveerde. ‘Als ik echt moe was, liep ik de kantjes er weleens vanaf. Dan was het: James, zien we jou morgen? En dan was het ook weer prima. Of ik ging door en dacht, ik ga gewoon lekker m’n best doen. Een beetje aanpakken, daar hou ik van.’

Tot rust

Inmiddels is James’ leven rustiger. ‘Soms denk ik: jemig, wat een zooitje was het, de boel leek soms wel in de fik te staan.’ Het helpt volgens hem dat hij wat ouder is en iets doet wat hij echt leuk vind. ‘Ik realiseer me veel beter wat ik wil. Op m’n achttiende wist ik dat echt niet, toen ben ik maar wat gaan doen. Nu doe ik echt iets wat ik leuk vind en waar ik best goed geld mee kan verdienen.’

Via LinkedIn ziet hij vacatures voor banen in de vliegtuigindustrie voorbijkomen. ‘Dan denk ik, als dat mijn toekomst is, vind ik dat echt goed. En ik vind het vak echt heel leuk.’

Hij denkt dat blijven proberen de sleutel is tot succes. ‘Je moet het mistige slootje gewoon even over om te zien wat er aan de kant is, zodat je kunt zien of er meer dan alleen gras is en of de mist opentrekt en er iets hartstikke leuks is wat bij jou past. Het is echt oké om iets te proberen en te zeggen, dit past misschien niet bij mij. Als het wel iets is voor je, geweldig. Is het niks? Vraag dan bij CRE8 of zij weten wat wel bij jou past. Daar doen ze echt hun best voor.’

Inmiddels heeft James het eerste jaar van zijn opleiding tot vliegtuigonderhoudstechnicus afgerond met hoge cijfers. ‘Ik groeide van zesjes en zevens naar achten negens op mijn cijferlijst.’ Ook komt hij nog steeds graag langs bij CRE8. ‘Als oud-maker mag je altijd langskomen om even te buurten. Als je even hallo komt zeggen, vindt iedereen dat hartstikke leuk. Soms kom ik als ik niks te doen heb even een middagje helpen. Dan loop ik gewoon binnen alsof ik hier nog steeds werk.’